De Koran 2:256 — De Koe (Al-Baqarah)
Er mag geen dwang zijn in religie: de juiste weg is nu duidelijk onderscheiden van de verkeerde weg. Iemand die de duivel verwerpt en in GOD gelooft, heeft de sterkste band gegrepen; een die nooit breekt. GOD is de Horende, de Alwetende.
[2:255] GOD: er is geen andere god dan Hem, de Levende, de Eeuwige. Nooit overvalt Hem een moment van onwetendheid of sluimer. Hem behoort alles in de hemelen en alles op aarde. Wie kan bij Hem bemiddelen, behalve volgens Zijn wil? Hij kent hun verleden en hun toekomst. Niemand verwerft enige kennis, behalve zoals Hij wil. Zijn heerschappij omvat de hemelen en de aarde, en het regeren ervan belast Hem nooit. Hij is de Allerhoogste, de Grote.
[2:257] GOD is de Heer van degenen die geloven; Hij leidt hen uit de duisternis naar het licht. Wat betreft degenen die ongelovig zijn, hun heren zijn hun afgoden; zij leiden hen uit het licht naar de duisternis - zij zullen de bewoners van de Hel zijn; zij zullen er voor eeuwig in verblijven.