De Koran 26:12 — De Dichters (Al-Shu`ara')
Hij zei: "Mijn Heer, ik vrees dat ze mij niet geloven.
[26:11] "Het volk van de farao; misschien hervormen ze zich."
[26:13] "Ik kan mijn geduld verliezen. Mijn tong raakt in de knoop; stuur mijn broer Aaron."