De Koran 14:2 — Abraham (Ibrahim)
(Het pad van) GOD; Degene die alles bezit in de hemelen en alles op aarde. Wee de ongelovigen; zij hebben een vreselijke vergelding opgelopen.
[14:1] A.L.R.* Een geschrift dat Wij aan jou hebben geopenbaard, om de mensen uit de duisternis naar het licht te leiden, in overeenstemming met de wil van hun Heer, naar het pad van de Almachtige, de Geprezene.
[14:3] Zij zijn degenen die prioriteit geven aan dit leven boven het Hiernamaals, die zich afwenden van de weg van GOD en die proberen deze te verdraaien; zij zijn ver afgedwaald.