De Koran 19:29 — Mary (Maryam)
Ze wees naar hem. Ze zeiden: "Hoe kunnen we praten met een baby in de wieg?"
[19:28] "O nakomeling van Aäron, jouw vader was geen slecht persoon, en jouw moeder was niet onkuis."
[19:30] Het kind sprak en zei: "Ik ben een dienaar van GOD. Hij heeft mij de geschriften gegeven en heeft mij tot profeet aangesteld.