De Koran 2:67 — De Koe (Al-Baqarah)
Mozes zei tegen zijn volk: "GOD gebiedt jullie om een koe te offeren." Ze zeiden: "Maak je een grapje met ons?" Hij zei: "GOD verhoede dat ik me zou gedragen als de onwetenden."
[2:66] We stellen hen op als een voorbeeld voor hun generatie, evenals toekomstige generaties, en als een verlichting voor de rechtvaardigen.
[2:68] Ze zeiden: "Roep jouw Heer aan om ons te tonen welke het is." Hij zei: "Hij zegt dat ze een koe is die niet te oud is, noch te jong; van een gemiddelde leeftijd. Voer nu uit wat jullie opgedragen is te doen."