De Koran 20:121 — T.H. (Ta Ha)
فَأَكَلا مِنها فَبَدَت لَهُما سَوءٰتُهُما وَطَفِقا يَخصِفانِ عَلَيهِما مِن وَرَقِ الجَنَّةِ ۚ وَعَصىٰ ءادَمُ رَبَّهُ فَغَوىٰ
Ze aten ervan, waardoor hun lichamen zichtbaar werden voor hen, en ze probeerden zich te bedekken met de bladeren van het Paradijs. Adam gehoorzaamde zo zijn Heer niet en viel.
[20:120] Maar de duivel fluisterde hem toe: "O Adam, laat me je de boom van eeuwigheid en eindeloos koningschap tonen."
[20:122] Vervolgens koos zijn Heer hem, verloste hem en leidde hem.