De Koran 21:2 — De Profeten (Al-Anbya')
Wanneer een bewijs van hun Heer tot hen komt dat nieuw is, luisteren ze er achteloos naar.
[21:1] De afrekening nadert snel voor de mensen, maar zij zijn onwetend, afkerig.
[21:3] Hun gedachten zijn achteloos. En de overtreders overleggen in het geheim: "Is hij niet gewoon een mens zoals jullie? Zouden jullie het toverij accepteren die aan jullie wordt voorgelegd?"