De Koran 30:36 — De Romeinen (Al-Room)
وَإِذا أَذَقنَا النّاسَ رَحمَةً فَرِحوا بِها ۖ وَإِن تُصِبهُم سَيِّئَةٌ بِما قَدَّمَت أَيديهِم إِذا هُم يَقنَطونَ
Wanneer wij genade schenken aan de mensen, verheugen zij zich daarin. Maar wanneer tegenspoed hen treft als gevolg van hun eigen daden, raken zij ontmoedigd.
[30:35] Hebben we hun toestemming gegeven die hun afgoderij rechtvaardigt?
[30:37] Beseffen zij niet dat GOD de voorziening vergroot voor wie Hij wil, of vermindert? Dit zouden lessen moeten zijn voor mensen die geloven.