De Koran 66:12 — Verbod (Al-Tahreem)
وَمَريَمَ ابنَتَ عِمرٰنَ الَّتى أَحصَنَت فَرجَها فَنَفَخنا فيهِ مِن روحِنا وَصَدَّقَت بِكَلِمٰتِ رَبِّها وَكُتُبِهِ وَكانَت مِنَ القٰنِتينَ
Ook Maryam, de Amramitische. Zij behield haar kuisheid, en toen bliezen Wij Onze Geest in haar. Zij geloofde in de woorden van haar Heer en Zijn geschriften; zij was gehoorzaam.
[66:11] En GOD noemt als voorbeeld van degenen die geloofden de vrouw van de farao. Zij zei: "Mijn Heer, bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs en red mij van de farao en zijn daden; red mij van het overtredende volk."