De Koran 2:258 — De Koe (Al-Baqarah)
Heb je degene opgemerkt die met Abraham argumenteerde over zijn Heer, hoewel GOD hem koningschap had gegeven? Abraham zei: "Mijn Heer schenkt leven en dood." Hij zei: "Ik schenk leven en dood." Abraham zei: "GOD laat de zon opkomen in het oosten, kun jij haar laten opkomen in het westen?" De ongelovige stond met de mond vol tanden. GOD leidt de slechten niet.
[2:257] GOD is de Heer van degenen die geloven; Hij leidt hen uit de duisternis naar het licht. Wat betreft degenen die ongelovig zijn, hun heren zijn hun afgoden; zij leiden hen uit het licht naar de duisternis - zij zullen de bewoners van de Hel zijn; zij zullen er voor eeuwig in verblijven.
[2:259] Beschouw degene die langs een spookstad liep en zich afvroeg: "Hoe kan GOD dit weer tot leven brengen nadat het gestorven was?" GOD liet hem vervolgens honderd jaar sterven, om hem vervolgens weer tot leven te wekken. Hij zei: "Hoe lang ben je hier gebleven?" Hij antwoordde: "Ik ben hier een dag geweest, of een deel van de dag." Hij zei: "Nee! Je bent hier honderd jaar geweest. Kijk naar je voedsel en drinken; het is niet bedorven. Kijk naar je ezel - zo geven Wij jou een les voor de mensen. Let nu op hoe Wij de botten vormen en er vlees op laten groeien." Toen hij besefte wat er was gebeurd, zei hij: "Nu weet ik dat GOD Almachtig is."