De Koran 26:14 — De Dichters (Al-Shu`ara')
"Ook beschouwen ze mij als een voortvluchtige; ik vrees dat ze me zullen doden."
[26:13] "Ik kan mijn geduld verliezen. Mijn tong raakt in de knoop; stuur mijn broer Aaron."
[26:15] Hij zei: "Nee, (dat zullen ze niet). Ga met Mijn bewijzen. Wij zullen bij je zijn, luisterend.